HOM E
       STARTER          REDUX        ARCHIEF (NL)         International BLOG        NL LOG       SHOP               monADs
FEEDBACK 
ViLTNET 
South
West
North
East
meret becker PLAZA
Cathedral RESIDENTS
<%=scrolltitel%>
WEST

ANKE VELD

L.M. Saturday, August 19, 2006 12:56


Antwerp station - photoshop cut-up of a picture i made in August 2005. If you'd ask me to make a dream team of personified places in the world, Antwerp station would be my goalkeeper. Arriving in Antwerp by train beats arriving anywhere. It malfunctions as a station though: visiting Antwerp itself after seeing the station can only be disappointing.

 

LORE

 

 

 

 

 

JORIS, of het reikhalzen

 

 

Lode Kok

 

Lode Kok, is één der 8 personages van evenveel 'plateau's' in de 'net-roman' Anke Veld. Wat een 'net-roman' is valt nog af te wachten, 'wachten' hoort er alleszins bij want ik ben het ding begonnen in 1996 en zit nu toch al zo'n 20 vellen papier ver, bij laatste afdruk.

Hier doet de heer Kok zijn intrede. Hm. Nu. Ach, het lukt niet erg dit seizoen, misschien.

dv, 08/19/2006 12:56

 

&

Tijd.

O tijd.

Mijn trein komt eraan. Op tijd.
Net als vroeger. Vrijdagavonden in Antwerpen waar niemand nog weet van heeft. Gelukkig.

La vie d'artiste, een stille gooi naar een denkbeeld, stemloze klanken die naar een afgrond snellen, zoals die kettingrokende topless tapkastpoes die in een bodemloze Antwerpse bar met haar gescheurde vingernagels de asse uit asbakken schraapt, een verhaal dat je niemand vertellen kan, teveel vet, teveel vuiligheid, te echte afval, onmededeelbare betekenis, een idee dat enkel in komkommertijd opduikt, met dezelfde hardnekkigheid waarmee eens te meer beweerd wordt, in bloederig roze geschreven in het blauw van de pulpkrant, dat iemand gisteren ergens een lege fles in slow motion uit de hand van Elvis zag glippen, in scherven spatten op het asfalt in een steegje waar de ene bouwval de andere aanleunt, oververzadigd van het brakke vocht in de lucht, baksteen & voegen aangewreten door lust & verlangen.

Treinen zijn podia waar elke mededeling ontspoort bij de uitspraak ervan. Een laatste schuiloord.

In een poging om netjes Nederlands te praten verhakkelt de conducteur Sint-Truiden tot Sint Ruiden. Ezemaal, Neerwinden, Landen, Sint Ruiden.

Ik leun tegen het venster, zie de tijd de trein instuiven.

Als je iets denkt/opschrijft kan je onmogelijk weten wanneer exact je het beginnen denken bent & eens het uitgedacht/opgeschreven is weet je er niks meer van, want je was te verdomd druk bezig het op te schrijven, het uit te denken. Verloren tijd. Bewustzijnslekkage. Achter één van deze stations stapelen die momenten zich, geordend tot op de nanoseconde, in een dorp dat als hangar voor tijdslekken fungeert.

"Verstoring van de openbare orde? dan is alles verstoring van de openbare orde, verstoring van de openbare orde is een kapstok... ". Een nogal hoekig meisje in een rood jeansrokje, twee banken ver.

Symp.vr. terr. zkt kennsmking m. bom. Ik hóór te goed, terwijl ik mij dit hoor zeggen, hoor ik ook ringbaard achter mij nerveus tegen de bank schuren. Gebrek aan nicotine. 2 jonge moslims werden vanochtend door ophanging ter dood gebracht omwille van hun homoseksuele relatie. Ik denk te snel, u volgt mij niet.

Gelukkig zijn de meeste reizigers bij dit vroege uur nog te verdwaasd om het grote gekwebbel aan te vatten. De halve slaap doet hen goed, het zwijgen is bevorderlijk voor de lichamelijke uitstraling. Men is mooi. Men zwijgt.

Zwijgen is mij niet gegund. Ik ben verbonden.

Ik hoor mij zeggen:ooit zullen webagents mijn woorden gebruiken om marktsegmenten te ontsluiten. Tijdloze gedachten. Vlottend schuim in beekjes detergent. Langzaam schuift met de maan de man in een bel naar zee. Pats. Het negatieve spreken tot het ik. Zolang de belletjes ploffen, wordt er gekeken. Emoties pletsen als grauwe slijm tegen de beeldschermen aan.

Deelneemster H. wordt door de groep uitgesloten omdat ze bij de vorige opdracht weigerde het groepstoilet met haar electrische tandenborstel te reinigen. Deelnemer L. maakt van haar isolement misbruik, vraagt H. op date om deelneemster F stikjaloers te maken (zijn volgende opdracht is het verleiden van F.). Er blinkt wat in een ooghoek van H. Gebruik nu ook onze geavanceerde zoekfuncties.

Maar let op: in de nabije toekomst, een waslaagje op de aardkorst, is ook geschreven dat fraudulente datadealers een loopje gaan nemen met de feiten, ze zullen je trachten voor grof geld geschriften van mij te verkopen met een exacte timestamp: als je die bestanden leest zal alles wat je ooit gelezen hebt onherroepelijk uit je geheugen gewist worden, inclusief wat je leest, al lezende zal al het geschrevene verdwijnen tot je enkel nog een vage herinnering overhoudt, een beeld van jezelf als klein meisje, je ziet jezelf het schoolbord afvegen met in je tere schouderbladen de priemende blik van vette Ronald, de enge meester met de walmadem en de klamme grabbelhanden.

Ooit zal ik mijzelf loopen, met onstuitbare kanonnades van commando's machines langzaam dwingen mijn lyriek in andere machines te hardcoden, zó dat ik ze van man tot scherm ontmoeten kan, met hen de stad kan afdweilen, zuipen, dansen, neuken, naast hen wakker worden, 0 verliefd & daarna 1 onverliefd op hen, nachtenlang hun aandoenlijke verhalen noteren, in hotelbijbels & stadsfolders opkribbelen wat ze me nauwelijks verstaanbaar toefluisteren over hun gebroken harten, wat ze mij half blèrend met een verschrikkelijk frans accent over hun verloren jeugd toesnikken, hoe hun heroische vaders hun dood insnelden toen het ouderlijke huis na een zelfmoordaanslag in de fik stond, hoe onverschrokken ze de vlammen indoken om het jongste tv-toestel te redden & die code, die lillend emotionele verse code zal ik dan op haar beurt uploaden naar ontelbare wolken onzichtbare nanobots, ze zullen de regendruppels met droefheid beslaan, sluipend als het woordje sluipend in een scenario van Roland Emmerich de luchten zwanger maken met een vleugje nauwelijks waarneembare geur, een met brede vioolstrijken begeleide huilerige tragedie in de lucht terwijl ik op het dak van een hotel stilletjes zit te treuren om Anke, net voor ik spring nog de in de samsonite verpakte, thuisgekweekte cacti voedende met emmers van mijn zilte lichaamsvocht, door de middelpunt vliedende vloedgolf van tranen heen de tijd vervloekende, het ogenblik zelf, omdat niets ooit vergaat, niets de vergetelheid inschuift, niets kan vergeten worden, niet de hand die zich nu door mijn buikwand ploft & voor de grap mijn organen weegt, niet de eeuwige honger, niets dat bij niets ooit voldoende iets is om een eind te maken aan de last van het telbare zijn, een prefix voor noembare pijn, een suffix aan verhaalde horror, een doodgewenst verlangen.

Men verwijt mij 'een zekere pose'.

Ik poseer niet. Geen camera in de buurt. Ik zit in je ogen naar mij te kijken, hoe ik breek als ik mijn blik opvang.


Gesubstantiveerde empathie knarst als een politicus.

Lichaam op trein. Belgisch lichaam op een belgische trein anno 2005, die in zoemende zweefvlucht huizen/straten/weiden/struiken/hondend blaffend in achtertuinen/huizen/hangars/huizen/klaproos/bomen voorbijsnelt.

Een nieuwe vorm van bewustzijn, de toepassing van het lichaam op de trein die zich bewust wordt van toepassing te zijn, lichaam te maken, een vorm van zijn met effect op haar plaats & op zichzelf, zoals schepen water maken, zoals de trein de sporen maakt & uiteindelijk reidende treinen, zinkende schepen.

Kijk niet naar mij: ik zit hier maar, ik doe niks, kan ik het helpen?

Verwacht wordt dat het aantal psychische aandoeningen de volgende jaren onder invloed van de verdere informatisering en mediatisering van de maatschappij exponentiëel zal toenemen.

Dat meisje met de rode haren daar op het perron in Landen, kijk hoe bang die is, doodsbenauwd van hoe haar haren net niet de rand van haar groene jurkje raken op haar blote schouders terwijl ze naar de trein toestapt, haar ogen zijn scherven, glinsterend van wanhoop. Wijs niet naar mij: schoonheid maakt zichzelf.

Ooit zal mijn code de lucht zijn die je ademt, maar je zal er niks van merken. Binnen enkele ogenblikken komen we aan in St. Truiden. Station St. Truiden. Mijn jachtveld België, mijn duiventil.

L'amour c'est presque la mort. Ik had het je moeten influisteren, toén, net op dát moment, toen je het wist. Iemand hamerde session.invalidate() op het toetsenbord van onze adem. We bestaan nog-verstrengeld, toen, nu, wat maakt het uit?- maar kunnen niet langer gevalideerd worden. Het hangt niet meer in de lucht. Te dun, alleszins en wireless al helemaal onontvankelijk verklaard.

We zijn terechtgewezen.

Ooit zal ik terug in je lichaam geloven, dát lichaam, dié warmte die je nú voelt, ooit zal ik nauwgezet al je woorden herschrijven, woord per woord, been na been, spier op spier, de adjectieven van je huid letter per letter uitknippen & in de juiste volgorde scannen, invoeren, saven, zodat ze niet langer als een bijbelse allusie hangen te zweven in het onbestemde vrije veld van nog te schrijven taal, niet zoals in deze zeurderige getuigenis, dit onhoorbaar gemurmel van een aanwezigheid in mij, deze sprekende gewaarwording van jou in mij die je afwezigheid oproept zoals de trein naar zijn sporen roept, methodische momenteel-repetitieve ontsporing tegen hoge snelheid, zoals dat mooie klapgeluid dat mij nu met grote klaarheid van toon wordt ingeblazen, de exalterende monotonie waarmee het lege blikje coco-cola op de snelweg herhaaldelijk platgereden wordt: rij maar auto rij maar 'an, rij maar wagen rij maar ...

De regen viel in trage vlagen toen ik uit je slonk, alsof alle sterren in het universum voor één keer besloten hadden om het ergens over eens te zijn.

"De volgende halte is Alken."

LØDeK @xx/07/2005

 

Lode Kok

Here one of the 8 characters in the web novel 'Anke Veld', makes his first appearance. This one is not really a nice guy.
I've been writing this novel since 1996. Apparantly i only manage to write novels in summertime. 20 pages, that's how far i got with 'Anke', so far. Summers are notoriously short in Belgium..

dv, 08/19/2006 12:56

 

 

&

Time.

Oh time.

My train arrives. On time. Just like in the old days.Those friday nights in Antwerp. One forgets. I hope.

Belgium is like any reality: no one in his right mind can imagine such weirdness.

It's like true art is like a flower negating its promise of carrying fruit while all other flowers have long perished and are now carrying fruit, like saying comment ça va avec ta vie d'artiste to that topless waitress chainsmoking in a bottomless bar & scraping the ashes from ashtrays with her broken fingernails, it is a tale told to no-one, filled with fat & dirt & too much smelly garbage signifying nothing, it was last sighted, so i hear, falling in slow motion from the hand of Elvis, an empty bottle smashed on the black asphalt backyards of creepy shacks overfed with desire.

L'amour c'est presque la mort.

A train is a stage where words de-rail constantly. The last refuge from life talking to itself about itself, its meaning generated at our expense.

 

If you write/think something, you can't possibly know when you wrote/thought it because it hasn't been written/thought yet & afterwards you can't remember because you were too ******** busy writing/thinking it. Loss of time. A leakage of consciousness. Behind the names of these stations, in villages serving as hard drives for the restles flow of our processing, our being processed, these moments are stored, waiting for searchbots to be picked up, taken back into the flow, annihilated by being called out to serve as garbaged data.

Why do people need to talk all the time when they commute? At least they keep quiet mostly when it's still early. Production of silence is recommendable, aesthetically. They are silent. They are beautiful.

However, take care: in the near future,that thin layer of wax on the earths surface, it is written that fraudulent datadealers will try to sell you my writings with an exact timestamp: if you try to read those writings, everything you ever read will be erased from your memory, including the writings you were trying to read, leaving you with nothing but a timestamp and some vague memories of you as a young girl wiping the blackboard.

One day i will loop myself, let machines hardcode my poetry into other machines so that i can meet them face to screen, have drinks & sex with them, fall in & out of love with them & hear them out, write down what silly tales they tell me of their childhood in broken english, what they whisper to me on their inevitably broken hearts in a horrible french accent or how their fathers died heroicly in the aftermath of terrorist attacks, trying to save the television sets from burning homes & hardcode that again in invisible clouds of nanobots, trillions of micro-agents on some Roland Emmerich produced mission, creating just a hardly perceptible fragrance, a faint, endeeringly orchestrated smell of perplexing tragedy in the evening air while i mourn silently for Anke, feeding my home-grown cacti with bursting buckets of tears, cursing time, cursing actual time, cursing the moment itself because nothing ever fades, nothing passes into oblivion, nothing can be forgotten, neither the hand that plunges itself into my belly now & weighs my organs jokingly, nor the eternal hunger, nothing 4ever being a being sufficient to end the burden of being, a suffix of pain, a prefix of horror, a deathwish of desire.

This body, sitting on a train, moving past houses/trees/houses/back porches with dogs barking/roads/houses & trees is a new form of consciousness, the very act of this body being on the train is becoming aware of it being an act, a way of being having effect on its surrounding and therefore on itself.

Look how scared she is, frightened to death: that girl in the green dress walking towards the train in Landen, is afraid of how her red hair looks falling on her bare shoulders, her eyes spell despair in a shower of beauty. One day all my code will be the air surrounding you, but you will not notice it. Binnen enkele ogenblikken komen we aan te Sint Truiden. Station St Truiden.

One day i will believe in your body once more & rephrase all your words again so that they are no longer floating around unrecorded like a biblical allusion, not this nagging testimonial, the humming of an awareness in me, a presence of you in me invoking your absence like the train calls out to its rails, derailing in a methodic way at great speed, or the beautiful clapping noise i remember most vividly now, the exalting monotony of this empty can of coca-cola being crushed on the highway over and over again. Go drive go drive your car *klak* go drive go drive.

The rain falling in slow beats after we made love as if all the stars in the universe finally decided to agree on something. "

 

LØDeK @xx/xx/2005

AV PROCESS unPAUZED
X
ANKE VELD - Kathedraalgebeuren
plateau 1
HOME    STARTER    PLAZA    REDUX    ARCHIEF (NL)      IAV    KRISTINE      SHOP     flash player 7 vereist - download

ANNA

   [Dag 694]

&

Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken. Je wordt het salon uitgesleurd, men duwt je het bad in, een gezichtsloze vrouw haalt in een oogwenk met een glasscherf van je beide armen de slagaders open. Een gordijn van blauwgrijze lianen wordt over je hoofd getrokken. De scene verwildert. Handen slaan, duwen, hakken. Donker kloppende zuigpompen sleuren je benen omlaag. Dit is verdrinken : je stem die nog uithaalt met een mondvol water, je tong als een lamme prop in je keel, het barsten van de tijd in je hoofd. Op je laatste moment zie je de twee syllaben drijven in het midden van de inmiddels woest kolkende stroom. Twee schelpen van water, eivormige vliezen met hun scherpste ronding in elkaar gehaakt. Anna.

Je wil terug, maar de opgaande zon heeft als immer de geruststellende grootte van je voet, (linkervoet, rechtervoet : dat dwingende tempo). Zekerheid houdt je gevangen. Uit vier zwarte hoeken in de smetteloos witte ruimte is Bach’s ‘Wachet auf’-kantate al halfweg haar steile klim van bassen naar koor. Droom je of ben je in je droom vermoord, is dit je zelfbereide redding of ben je de afgeschrevene , de uitgediende slaaf die nu nog met sardonisch genoegen de put van dit leven werd ingekeild ?

Vijf jaar lang dien je deze dagelijkse hinkstapsprong te herhalen : boom, water, zon. Vijf jaar. Daarna wordt er voor je gezorgd.

Wanneer is het aftellen begonnen ? Zijn er twee schrikkeljaren bij, of maar één ? Waar is Anna ? Trek je kleren aan, stel je die vragen. Tel de stappen naar de spiegel, stel je die vragen. Borstel je tanden in hun ritme. Ontbijt. Doe je werk.

 

&

Het appartement heeft geen vensters, maar de muur naar het oosten is een vierkant van glas. Geen tussenmuurtjes, geen kamers, niet moeilijk doen. Hou het eenvoudig : de deur centraal in het westen, rechts daarvan het bed, links de zetel gericht naar het wereldscherm.
Voedselvoorziening & reinigingscabine in de noordelijke wand ingebouwd. Werkblad zuidelijk. Het geheel is een balk van 5 hoog, 5 breed, 7 diep, gericht naar het oosten. Afstand doet er niet toe, de verhoudingen dienen te kloppen. De deur is een deur die niet opengaat.

Geen kleuren, dat is overbodig. Alles is wit. Door de glazen wand zie je ‘s nachts de sterren & wolken & ‘s ochtends de zon : kleur zat. Binnen is het wit, met de schaduw van iets wit op wit, je huid in een wit uniform. Staar in de spiegel, kijk naar je iris : wat zit je te zeuren om kleur ? De grond kan je niet zien door het glas, sporen van andere bouwwerken daaarop evenmin. Daarvoor is het hier te hoog. Sterren, wolken, zon : niets anders dan dat. Zijn er nog vogels, of is dit ook voor hen te hoog ?

Zwijg. Hou je koest. Beperk je tot het nodige. Zet je neer. Adem in, adem uit.

Links : spreid je vingers, leg je hand op het voelvlak, denk aan niets. Rechts : draai je hand om, beweeg de rug over de rand van het werkvlak, denk start. Floep. Haar stem in je hoofd. Haar lach op het scherm. Luister. Hou van haar stem. Bevestig ontvangst van de taak. Uitvoeren.

Wat is er met de maan gebeurd ?

 

 

&

De deur gaat niet open. Wanneer gaat de deur open? De deur gaat nooit open. Zwijg. Halfweg je werktijd & je hebt nog niet eens je eten verdient. De score in de linkerhoek maak je niks wijs. Hou van haar stem. Adem in, adem uit.

Sneller die rechterhand. De wol van haar trui knarst op haar huid. Ze had het koud. ‘Heb je het koud ?’ Begraaf je gezicht : geur bijstellen, & de indrukbaarheid van de stof, hoe je de haartjes tussen je vingers kan pletten tot een plaatje, net hondenhaar.Meer nadruk op ‘zien’. De zweetplek & het kleven van je huid op het leder van de fauteuil, nu je opstaat, trui van de vloer raapt. Wol op je arm. Chips op de vloer. ‘Niet doen : zo maak je d’r gaatjes in.’ Wol glijdt van de vloer op je arm, op haar buik & een bos haren duikt als een mol door de halsopening. ‘Heb je het koud ?’ Minder zaad in die spermavlek, je had al een week teveel gedronken. Begraaf je gezicht, priem met je pink door de wol naar de huid van haar buik. De tekening in het behang vervaagt tien frames langer, verdomme toch, het was een PAL-tape! In godsnaam :Cat People / Paul Schrader / Europa : dan weet je toch wel dat het PAL moet zijn : méér frames, méér pixels, méér lichtdynamiek. Rustig. Hou van haar stem. Begraaf je gezicht. Meer nadruk op ‘zien’. Het geluid van huid die loskomt van het leder. ‘Heb je het koud ?’ Priem met je pink. Een harde tepel.

‘Toe nou : ik wil dit zíen !’

Een hond, nietsvermoedend. Je staat achter hem, hij is je aanwezigheid vergeten, je hebt een stok in je hand. Hoelang voor je hem slaat, krimpt die hond in elkaar?

 

&

Werken is ontspanning, & dat heb je nodig. Maar eerst eten. Druk je gezicht in de holte, je masker in het masker in de muur. Open je mond. De geursimulator zet het grommen van je maag in gang. Je lippen door duizenden tongen betast. Glijdingen, kronkels, het priemen van peper & de vers krakende sla op je tong. Sappen schieten je verhemelte langs, een zachte, zeemzoete bal ontrolt zich in je keel tot een warme slang in je slokdarm. Kauw maar, & bijt, ruk uit het leven dit vlees. Breek dit brood, dompel het in de saus, zwelg deze wijn. Vermorzel je honger, ontdoe je van dorst.

Je denkt & je bent een grote kat met zijn voedsel in de bek, je hoort het kraken van de botten tussen je tanden, voelt de wind van de savanne zachte cirkels in je pels maken (of een man met zijn mes in de buik van een andere man, sijpelend bloed, nieuws in de kranten. Wanneer gaat de deur open ? De deur gaat nooit open.

De druk neemt af. Als een zeemvel voel je hoe je huid de holte uitglijdt, los van de muur, weer van jezelf. Je honger is gestild, je slentert geeuwend naar de badplaats. Vlei je eerst effen languit neer, rol je om, schuur je pels aan de schors van een neergestuikte boom. Plons dan, speels uithalend naar een wegstuivende gier, in de vijver.
Nee, het helpt niet. Hoezeer jij ook je best doet, hoezeer men ook zijn best deed om het te verdoezelen : wassen impliceert het gebruik van water. Doodsangst, al voor je je kleren uithebt. Verkrampende benen als je het verstuivingspak aantrekt, de ritsluiting sluit. Droge keel, bonzend hart nu het zoemen begint.

Je voelt geen vocht, maar je weet dat het er is, & het is er rondom, je hele lichaam rond. Hooguit vijftig seconden. Hou je adem in . Luister. Er is nog nooit iets fout gegaan met onze drukreinigingspakken. Hou van haar stem.

Waar is de maan ?

 

 

&


Twijfels bij de zin van dit bestaan ? Onrust & angst, maar vooral : je wil de wereld begrijpen ? Neem een stoel, ga naar je tuin. Kies een plant uit, maakt niet uit welke. Zet je stoel voor de plant, neem plaats, kijk naar de plant. Denk aan niets anders dan aan wat je ziet. Neem waar die plant. Blijf kijken. Begrijp de wereld.

Je staat als een blad te trillen van je bad, het kolkt in je kop & je tong spelt obstinaat de vier letters van haar naam. Anna’s mantra tot het hijgen stopt. Gelukkig ontvangt de zetel voor het wereldscherm je slappe lichaam met beide armen. Net als vroeger, net als morgen.

Wat je geeft, moet je eerst nemen. Als je het niet kan nemen, moet je het krijgen. Aan alles is gedacht. Er wordt voor je gezorgd. Je geeft kennis, dus moet je kennis krijgen. Staat de plant op het scherm voor je ernaar verlangde of heeft het verlangen de plant op het scherm gebracht ? Zwijg toch. Hou je bij het noodzakelijke : daarnet bestaat niet, seffens ook niet, enkel dit. Nu.

Dit: de plant op het scherm is een distel. De scherpe bladeren schroeven met vlijmende stekels de ranke stam vanuit een wazig gehouden weiland de blauwe hemel in. Purperen bloemknoppen wiegen dreigend in de wind.

Weiland, hemel, distel. Alles hetzelfde, keer op keer, je zat er al honderden uren naar te kijken, afgemat van je bad & je werk, maar telkens ook (je bént al die distel): iets nieuws dient zich aan, een lekkage, een zich uiterst langzaam uitbreidende zwarte vlek op het volledige niets van de kraakwitte muur in je brein & je voelt & je weet nog hoe je klom &je klimt  de zwarte, rechte weg op richting gletsjer aan de horizon, het is ondraaglijk heet onder de zon, je voeten branden op de weg, & je ziet slechts stenen & gruis links van je, gruis & stenen rechts van je & achter je de eindeloze weg & in de verte de vage schittering van de gletsjer & je denkt als ik kan stappen zonder te ademen, beweeg ik misschien als de lucht over het pek van deze weg.

Maar de gletsjer rolt minachtend haar ijzige tong uit de mond van de berg & de weg kleeft als een bloedzuiger aan je voeten & meer nog, de hemel recht voor je - je ziet het meteen - begint zich plots als een hol gebogen spiegel te krommen in een punt, pal boven de gletsjer. Met een ijzingwekkende vaart komt het zwarte punt op je af, neemt de vorm aan van een wolk, geen donkere wolk maar een inktzwart rafelig kluwen van slierten dat op ooghoogte met bolbliksems op je afstormt. Op het ogenblik dat je weet dat je tot een hoopje verschroeit zal worden, dat alle lucht in je longen je lichaam is uitgezakt, dat de speer van de angst je door de onderrug aan de grond gespiest heeft, knapt er ergens iets hoorbaar met een droog krakje & zit je weer als een zak vlees voor het beeld van de distel in je kooi.

Urenlang, ononderbroken. Het beeld van die distel in je brein gegrifd. De wereld is de wereld is de wereld is het beeld van een distel in je brein gegrifd.

Trauma. Herstel. Trauma.

Je zit te pulken aan je navel, je denkt ik ben een gevangene & je bent een gevangene in een kerker diep in de buik van het oude Parijs, voorgoed aan het oog van de wereld onttrokken, onbereikbaar voor de stijve vingers van de geschiedenis, levend begraven. Geen straaltje licht bereikt je, je moet je regelmatig van je bestaan overtuigen, knijpt in je hand, je armen, je borst tot je in de wonde het geruststellende, warme vocht kan roeren. Tot je weer ontvankelijk wordt voor het grommen van de aarde, tot de aarde gromt. De beelden in je hoofd vlammen op, bolbliksems die je cel in lichterlaaie zetten, een vlammend kader wordt er opgericht, een bouwwerk van beelden voor de beelden met een bericht: je ziet je huis, je ziet het vervallen krot dat eens je huis was, enkel toeristen met nieuwsoortige camera's verwaardigen zich soms nog om door het raam naar de leegstand te gluren, een dikke vlieg ligt verdroogd & met stof op de vleugels op een vensterbank, je ziet een oud vrouwtje, haar broze geraamte in de gelige flarden van wat ooit een bruidsjurk was, je ziet weer je oude werkkamer, het oude vrouwtje hoort erin, ze knelt een roestbruin kussen op haar schoot en knijpt in een hardnekkig ritme, stopt & prevelt iets & knijpt.

Stop. Je zit te pulken aan je navel, je bent niet langer die gevangene.

Elke gedachte, elk verhaal is als het bloed in je aders, je zinnen volgen gedwee de weg van de minste weerstand, tot ook die dichtslibt.

Vervaging, ontplooing, vervlakking.

Distel. Tot het donker wordt, tot je speelt dat het donker wordt. Niets nog geeft licht in je balk dan dat groene prikkelding in je oog. Is er nog iets, achter je rug, achter de leuning van je wit-vilten stoel? Iemand? Een dreiging? Dit soort aanwezigheden ben je vergeten zoals een wolf in de zoo zijn roedel vergeet. Ook aan fantoompijn komt ooit een einde. Het is slapenstijd. Een solferkopje flitst onooglijk op het scherm. Brandt ook zo de zon op, uiteindelijk?
Volslagen duisternis, want licht is overbodig nu. Heb kennis van de weg naar je bed. Ontdoe je van kleren. Bestijg de slaapholte, zak in de slaapzak in het hol, doe de zak dicht in het hol.

Verdoving, verstilling, ontaarding.

Wie neemt er je mee? Waar naartoe? Is er nog ioemand? Doet het ertoe? Voel je huid, wrijf een hand op je huid, voel je nog de mogelijkheid?

Je droomt dat je wandelt & je wandelt door nauwelijks verlichtte straten, maar het is er veilig, want je draagt een hoge, glanzend zwarte hoed & er loopt een vrouw aan je arm in een zalmroze jurk, een zijden sjaaltje ligt als een huisdier te glijden tussen het scherp van haar schouderbladen en de weekste plek in haar hals. Je komt op een binnenplaats, bestijgt samen met andere mannen onder zwarte hoeden & slanke vrouwen in feestelijk gewaad de marmeren treden van het operahuis, boven je hoofd zie je nog net in de schittering van gouden letters een onleesbare spreuk onder het portret van de koning verdwijnen.

Even later geeft een kaalhoofdige man vooraan instructies, de dirigent dirigeert zijn honderdkoppig orkest. Het doek opent op een gigantisch leeg podium. Achteraan zie je al haar gedaante wazig bewegen in de langzame aanzet tot een dans, de belofte van dat lichaam, de nu al verblindende aanblik van die vrouw. De dirigent maakt brede gebaren, hij wil het gebouw tot in de kleinste uithoek vullen met de geraffineerde klanken van de muziek, wil van zijn cello's geen passie maar het oorverdovende brullen van een uitslaande brand, van de violen niet een zuchtend verlangen maar het onwereldse klateren van brekend kristal & van de hijgende koperblazers een exacte kopie van de hitsige kreetjes van zijn jeugdliefde.

Niemand ziet hem, niemand hoort iets.

Het gepeupel in de engelenbak niet, de notabelen op het balkon niet, de Secretaris met zijn maitresse in de koninklijke loge niet. Haar kleinste beweging maakt elke muziek overbodig. Hier & daar zie je dan ook al een muzikant zijn instrument wegleggen, het slagwerk heeft zich omgedraaid, de eerste violist & als 1 man mét hem alle strijkers, leggen de boog & de snaren & de dodende blik van de dirigent naast zich neer. De muziek sterft uit als het gepruttel van een kleuter die weet dat hij zijn zin toch niet meer gaat krijgen.

Haar naakte voeten op de podiumplanken, de rust van haar subliem gecontroleerde ademhaling: het publiek is als bevroren. Niet het minste kuchje in de zaal.

Transfiguratie, metamorfose, voleinding.

Haar lichaam is duidelijk, ze spreekt heldere taal. Na elke zin staat ze met gesloten ogen een eeuwigheid stil tot het laatste woord in al zijn betekenis is doorgedrongen. Sneller als een kogel gaat haar blik dan naar steeds hetzelfde punt in de zaal & hervat ze als een wervelwind dezelfde zin.

Kijkt ze naar jou? Uiteraard. Heeft ze een naam? Jazeker. Wie is dan die dansende vrouw?

Hou je mond. Blijf kijken. Doe je werk.

 

 

&
Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken. Een oude handgehaakte sprei geurt muf op je benen, de thee is al lauw.Je hoorde een geluid, je dacht dat het de storm was buiten, maar daar wordt je het salon al uitgesleurd, een gezichtsloze vrouw sleurt je de kleren van het lijf, je wordt het bad ingeduwd. De scene verwildert. Wakker worden. Handen slaan, duwen, hakken. Oefening, oefening. Haar stem in je hoofd. Hoe lang is nog maar geleden? Twee dagen? Een week? Het heeft geen belang, er is toch geen tellen aan, nergens kan je in krassen, geen teken houdt stand in het smetteloze wit van deze ruimte & de groene balk op het werkvlak lijkt wel voor eeuwig stil te staan op net iets meer dan twee vijfde van de weg. Is er er wel voortgang, vooruitgang, vordering? Maakt het wat uit?

Oefening. Opstaan. Je weet wat er van je wordt verlangd. Niet aarzelen: je ritst jezelf weg uit het gat in je droom, je holt naar de glasmuur, plakt je neus tegen het glas, kijkt naar de vlek van je adem op het glas die uitdeint, ogenblikkelijk krimpt & verdwijnt. De zware bromtoon van het hydraulisch systeem zet in.
Niet aarzelen, niet omkijken, niet denken. Met een hels gesis slokken de wanden het weinige meubilair op. Dat weet je, dat voel je, dat je zag je ook die ene keer dat je wel keek. Niet bewegen. Doe je niet wat je doen moet, dan krijg je een stroomstoot van hoge voltage door je naakte lichaam. Langzaam zetten de wanden zich in beweging, de balk wordt smaller & smaller, ook de muur met de deur komt op je af. Je adem gaat sneller, de wasem versnelt, je hartslag verdubbelt.

Nog niet. Je wordt niet verpletterd, een schrille fluittoon waarschuwt je, de druk wordt met de buitenlucht gelijkgesteld, je klemt je ellebogen tegen de zijwanden die je nu nog net een meter laten & daar schuift het glas weg, je wankelt in de felle kou die je plots overvalt want het is koudkoudkoud buiten & er staat een strakke wind waar je binnen niets van merken kon. Maar je wordt ook nu niet de afgrond ingeduwd, het is je zelfs toegestaan de maximale steun op te zoeken van het metertje grond dat je hebt, je mag knielen, je mag bibberend je neus over de rand van het platform steken, naar beneden turen, links, rechts, onder je, nee, ja, nee je bent niet alleen, want onder je, zo'n tien, twaalf meter lager zie je nog zo'n hoofd als een larve uit net zo'n platform als het jouwe wriemelen.

Ernaar schreeuwen helpt niet.

Elk geluid gaat verloren in de wind & je bent op je hoede want in de eerste weken (of was het later) was er één rakelings langs je heen naar beneden gestort, je had zijn gil gehoord 1 eeuwigheid lang toen het beeld van van een klapwiekend lichaam al een tel verdwenen was, maar zeker ben je niet want toen je het begreep was er beneden al niets meer te zien & wat maakt het ook uit of je nu zegt iemand sprong of iemand werd geduwd of ik droomde een val?

De wind giert & je kan 1, 2, 3 van je lotgenoten onderscheiden op twaalf meter afstand onderling, net zo ver tot ze samen versmelten in een strakke lijn die op zijn beurt in de witte leegte onder je verdwijnt. Springen is geen optie.

Het glas schuift terug, je metertje verbreedt zich weer, je hok deint uit tot alles weer uit de muren geklapt, glanzend & ordelijk, van huidschilfers & haartjes ontdaan perfect het oude is, naadloos nieuw & wit zoals het was, net als de vraag die weer opdoemt & het oude vertrouwde antwoord van haar stem in je hoofd. Springen is geen optie.

Hou van die stem. Mijn stem is een anker.






 
   
   


 

 


 


//KO!OP

     

//SFE 2005/4 Gebruiksaanwijzing voor Belgische Lichamen #2

//---------> avREMIX

Proef{

als (niet jij & dit ){

Oostende (anno 2000){

                                    er waait
zout aan & roest uit de bunkers. Zon
splijt het plein, James trekt de lijn, er
wordt al flink doorgestapt. Een stoet
weldoeners zwengelt in steeds scherpere
hoek de kerkklokken aan. Torpedo’s bonzen
dreigend tegen de stalen verankering,
de dag wordt gewogen, een veertje
maakt het verschil. Het jongetje
met kniebroek in de glazen kooi
stelt zich op om een gestolen Munch
te vertolken, het gejammer versterkt
zienderogen, de laatste hond slaat
kermend met de staart tussen de benen
de lange weg landinwaarts in. Moeders
passen tevergeefs hun krijsende baby's
een maxi-cosy aan & uit talloze miljoenen
slaagt Hans, een enkeling, er nog in de stroom
van verderf zaaiende Podcasts der Ongestelde
Lichamen
het zwijgen op te leggen door
met een pin van tombac langzaam het éne
wakke punt in het voorhoofd te bereiken waar
ooit de stilte zich bevond. Hij staat & staart
als stille getuige, de gedoodverfde tovenaar,
de stroom der vluchtenden aan, elke beweging
resulteert weliswaar in ogenblikkelijke hersendood,
mar hém koos de Vorst, hij was het Kwalijke waard.

Hans beweegt.

Een lage zwarte wolk condenseert boven
van angst vertrokken gezichten, een zeemeeuw
treft (plukt, roostert, kwakt uit de lucht)
de eerste hemelvonk & weldra gaat het helse
geknetter door merg en been, alle geleidende
metalen worden verbonden in netwerken van vervaarlijk
uitslaande bliksemschichten, de stad wordt poëtisch,

poëtisch, poëtisch, poëtisch & botweg

met elektriciteit omschreven want het betoog
heeft een pointe: in het casino fronst een wenkbrauw,
zegt "Rien" & ziet Louis de croupier "ne va plus"
hoe het balletje van de roulette (nu je dit leest)
met een snelheid die van het licht benaderend
uit de draaikom wordt geslingerd, knets het raam uit,
krak rukt de hand af van de rillende, druipende
baadster genaamd Karin Verjongt- dochter van
Karel en Wilhelmina Verjongt, 18 & hoogblond,
blauwe ogen & bij gebrek aan beter oergezond -
die met een blik van hebjemenou de groeiende
rode vlek in haar gele handboek bekijkt. Het balletje

raast, het balletje suist, het balletje is

zoals de tijd is & zó & zó &

werkt zich nog moeiteloos door een gehavend exemplaar Oeuvres Complètes de Stephane Mallarmée, Texte établi
et annoté par Henri Mondor et G. Jean-Aubry
op
de buik van een slapende musicoloog genaamd Bertje,
de bekende bespreker van Brahms, Boulez & Bartok,
alvorens af te schampen op de schilden van drie perfect gealigneerde krabben en zich daardoor vertikaal de grond
in te boren, op & neerwaarts door de aardkorst naar het aardse centrum, waar een algehele meltdown der materie nu wel onafwendbaar wordt. Op, o op, de tijd is op &
elke plaats vervaagt, verkrampt, verwaait, ontploft.

//Tijd O tijd: wat is het fijn om dagelijks
//daarvan het middelpunt te zijn. Mijn trein

//...

//...

                Gespikkelde scharrels overspoelen
het plein, kletsen zwoel op de ramen,
rijgen fietsers & voetgangers, spatten
als inkt op de krijsbus, op de crashende
auto’s, de tram derailleert, een hamburgertent
implodeert met geweld. Achter
gecertificeerde barricaden inspecteert
een ober het werken der koeling, wrijft
de gemoedsrust indachtig het bloed
op de glazen tot een fijne, rozige waas,
dipt een slurf in de bak aan je sokkel
& sproeit naarstig de tafels. Rokjes
benen ondertussen klanten uit, een
warrige blouse kwakt handenvol merg
in de pot, stapelt plukken haar, roert
de brokken om. Een oudere vrouw
weent voor het eerst in jaren, zet zich
snikkend op de stoeprand. Nergens
is een mens meer reptiel dan eenzaam
in zee, trappelend met slechts het hoofd
boven water boven water
. Enkele tellen verder
hoeft niemand nog te wachten. Slim
van je, om je in dat beeld te verschansen.
Natuurlijk, het was al verkondigd, je zag
het geschreven, zo je las wat er stond :
koop, kom erin nu het kan, ga naar

}

 

anders {

Oostende (vijf jaar later, de tijd is){

vertrokken in de kustlijn, heeft zich
in de mist net boven het wiebelende
zeewater een lus gedraaid, nestelt

zich genoegzaam in de blik
van een meisje dat likt
in de stroom aan haar ijsje, de stroom{

is verbonden, bestaat uit de toevloed
van dagjesmensen, weekendgasten,
de uitvloei van vakantie op de dijk
in beletterde dagen, betegelde uren,
besproken seconden, maar kijk hoe de tijd

 

kijkt met het meisje: niet naar de stroom,
niet naar het ijsje, niet naar de tijd
die vertrekt in de kustlijn, zich uit de mist
een weg baant, de bots met het balletje
zon net kan ontwijken, kijk hoe de tijd

}

}

zwemt met het meisje dat likt in de stroom,
droomt van de tijd op een ferry naar Dover,
vaart met een meeuw die zich te ver als een vlieger
te pletter aan verte wil snoepen, het wit
wil vergeten,

)

Wat wil vergeten? //geen touw meer aan vast te knopen.

} Vang!


(Brieslucht, stuifnat, priemzon, plakduin: wie
o wie zet er eentje, zet er
éénmaal, tweemaal, fier
op herhaling als eerste

een voetje over? ) {

zwijg & teken hier

}

 

 

//Haar jurk waait haar kuiten aan, onder
//de tenen van één voet trekt de golf
//én het zand én het gilletje dubbel
//zo hard als de zee met de zee

//toen het kwam, nu

//mee.

 

 

 

 

 

   
 
     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Things are going rather slow with the writing of Anke Veld. Perhaps i should spent some money on this 'succesful' software. There's a 'Story Wizard' for children too.

 

©dv 2005, Free Art License

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

If you have the time, please place comments on the no comments place please
      STARTER          REDUX        ARCHIEF (NL)         International BLOG        NL LOG       SHOP               monADs